Posts tonen met het label gedichtenpad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedichtenpad. Alle posts tonen

zondag 12 juni 2016

Uitvoering gedichtenpad bovenbouw met het 4de leerjaar

Zo, de laatste 'verplichting' van mijn muzofolio-blog: mijn ervaringen met het gedichtenpad voor de bovenbouw (zie bericht van 3 mei) delen met jullie allemaal! :-)

Wat heb ik zeker geleerd:

  • zorg voor meer dan voldoende tijd, want als de LLN enthousiast zijn is een strakke planning niet haalbaar én ook niet echt 'muzisch' :-/
  • laat de LLN zelf zo min mogelijk materiaal meenemen, want voor je het weet hangen er pennenzakken in de boom en/of basketbalring!
  • wees flexibel genoeg om je volgorde aan te passen als er andere activiteiten bezig zijn op de locaties die je voorzien hebt ;-)

In totaal heb ik twee pogingen nodig gehad voor ik het (grootste deel van het) gedichtenpad heb kunnen uitproberen. De tijd die ik kreeg was redelijk beperkt. Ik mocht tijdens een vervanging in een vierde leerjaar in Don Bosco Hoboken gedurende 1,5 lesuur het gedichtenpad uitproberen. Die eerste poging is geen succes geworden, aangezien we met 15' vertraging aan de slag konden (crisissituatie bij één van de leerlingen) én tijdens de speeltijd de leerlingen mee gingen spelen zonder toestemming te vragen i.p.v. bij de les te blijven.

Mijn tweede poging was eind diezelfde week, toen ik mocht vervangen in het andere vierde! Daar kreeg ik de volle namiddag de tijd en wisten de leerlingen op voorhand dat er géén speeltijd zou zijn. En ook al heb ik niet alle locaties kunnen bezoeken, toch was het een superfijne ervaring, zowel voor mij als voor de leerlingen.

In totaal zijn er 8 van de 10 gedichten -mét bijbehorende opdracht- de revue gepasseerd. En hieronder vertel ik het relaas van mijn ervaringen! Oh ja, ik zal ze opnieuw in de volgorde van het 'officiële' gedichtenpad zetten, ook al heb ik mij heel flexibel moeten opstellen omwille van andere schoolactiviteiten en heb ik de volgorde niet kunnen aanhouden.

Locatie 1 - voor de inkom van de school
gedicht: "Marc groet 's morgens de dingen" van Paul van Ostayen

Het beschouwen van het gedicht met de kinderen was heel leuk. Niemand kende het gedicht, en iedereen had er zijn eigen mening over. Ze waren (bijna) allemaal enthousiast toen ze zelf een gedicht mochten schrijven in dezelfde stijl! Ik moet zeggen dat ik verbaasd was over de resultaten. De locatie was ook perfect, lekker rustig, met voldoende plaats voor iedereen om te zitten en te schrijven.
Locatie 1
De originele gedichten hebben de kinderen mee gekregen om bij de vaste juf voor te lezen, maar ik heb wel kopietjes gemaakt en bewaard. :-)

Ik wil jullie alvast dit meesterwerk niet onthouden:

Aleks en Antoni groeten 's middag de dingen.
dag balletje in het halletje
dag autootje met het rode kleurtje
dag brievetje in het brievenbusje
dag kleedje met een leeuwtje
dag stoepje met zand
dag huisje met meisje


Locatie 2 - bij de bouwwerken in de inkom van de school
gedicht: "Huis 2" van Bart Moeyaert

Toevallig zijn ze in de school aan het verbouwen en hangt er al een hele tijd een verbouwingsplattegrond in de inkomhal van de school. Tijdens het beschouwen hadden de LLN snel door dat het om een verbouwd huis ging.
De opdracht om een plattegrond te tekenen van hun eigen huis was toch voor sommigen moeilijk. Ook al had ik ze gewezen op het plattegrond tegen de wand, toch hadden sommigen een vooraanzicht getekend. Dit maakte het 'verbouwen' lastig. Er was ook iets te weinig tijd om tot echt leuke resultaten te komen. Ik zou deze opdracht liever uitgebreider behandelen, bv. binnen een les WerO over bouwen en gebouwen!
Locatie 2

Locatie 3 - speelplaats kleuters
gedicht: "Er springen" van Armand van Assche

Dit was een heel moeilijke opdracht voor de LLN. Op de evaluatie stond ook bij enkelen vermeld dat ze deze opdracht het minst leuk vonden.
Locatie 5
Het was heel vreemd voor hen om zelf een geluid te bedenken dat origineler was dan gewoon gefluit. Tegen dat iedereen eindelijk een geluid gevonden had, was het speeltijd van de kleuters, en was er geen mogelijkheid meer om nog samen te componeren. 
De volgende keer zou ik hier meer tijd willen steken in het aanzetten tot creëren!

Locatie 5 - WC's op de grote speelplaats
gedicht: "Het ergste is als ik..." van Ted van Lieshout
Het gedicht werd op heel veel gelach onthaald! Er konden jammer genoeg maar enkele LLN de situatie spelen, wat voor een aantal onder hen teleurstellend was. Al bij al een leuke opdracht!

Locatie 6 - picknicktafels grote speelplaats
gedicht: "Speelkwartier" van Nicky Janssen, groep 7 BS De Driemaster, Alkmaar

Locatie 6
Als voorbereiding op deze opdracht hadden ze tussen de middag een stuk van het heerlijk hoorspel "De Nachtegaal" van Het Geluidshuis kunnen beluisteren. Toch was het concept 'hoorspel' heel moeilijk. Er werd teveel gewerkt met gebaren en mimiek en te weinig met tekst en geluiden. Aangezien de anderen met hun rug naar de 'spelers' toe zaten, was het voor hen héél moeilijk te volgen en daardoor was het moeilijk om de rust te bewaren. Eén groepje had het concept wel goed door en heeft een fantastisch staaltje hoorspel opgevoerd! Chapeau! :-D

Locatie 7 - fietsenstalling
gedicht: "De ochtend is nog grauw van mist en kou" van Ted van Lieshout

Locatie 7
Het was voor de leerlingen niet gemakkelijk om de rijmstructuur te ontdekken. Dit kan wel liggen in het feit dat ze ook bij de lessen taal vaak moeilijkheden hebben en het voor hen niet evident is om de klanken te herkennen.

Toen ik dan het boek met de beeldsonnetten toonde, werd het wel duidelijker! De titel van het boek "Rond vierkant vierkant rond" hielp hen om het 'ritme' te onthouden. Eens ze de logica door hadden, was het prachtig om hen creatief te zien nadenken over de symbolen die ze zelf zouden gebruiken. Ik had het liefst van al een heel uitgebreid beeldsonnet willen (laten) creëren, maar daar was niet voldoende tijd voor. Het inspireerde mij wel om hier een volledige les aan te besteden!



Locatie 8 - poort speelplaats
gedicht: "Tegelliedje" van Willem Wilmink
Het toeval wil dat diezelfde dag een van de leerlingen van die klas op deze manier over de tegels in de traphal liep. Dat was dan ook meteen een herkenningspunt tijdens het beschouwen van het gedicht! Het gedicht zelf werd goed onthaald en de opdracht was niet meteen duidelijk, maar eens het doel verduidelijkt werd, gingen ze allemaal vlijtig aan de slag! Er zijn een paar hele leuke dansmoves uitgedacht, en zelfs heel goed genoteerd, zodat de anderen het ook vlotjes konden nadoen a.h.v. de uitleg op papier!

Dit was met stip de leukste opdracht voor de LLN, maar wel zeer tijdrovend.

Locatie 8

Locatie 9 - vuilniscontainers
gedicht: "Assepoetster" van Raf Missorten

Locatie 9
Er werd heerlijk gelachen om deze moderne versie van het oude sprookje. De LLN wisten ook snel hoe een sprookje is opgebouwd en vonden het heerlijk om hiermee aan de slag te gaan. Verbazingwekkend hoe inventief sommigen waren bij het aanvullen van de zinnen. De opdracht werd zo positief onthaald dat ik ze nog in andere klassen als tussendoortje heb uitgevoerd, steeds met heel veel enthousiasme van de LLN. Een blijvertje dus! :-)

Jammer dat ik niet de kans had om de hele gedichtenwandeling met een hele klas uit te voeren, maar ik denk dat  gedichten op een korte tijd toch niet optimaal zijn. De wandeling zou langer kunnen duren, als ze ook met andere dingen kan afgewisseld worden, of er een grotere afstand tussen de opdracht-locaties ligt. 

In elk geval heb ik toch wel veel geleerd van deze ervaring én veel inspiratie opgedaan om verder met gedichten te werken in de lessen MuzO!

zaterdag 7 mei 2016

Gedichtenpad 1e leerjaar

Tijdens de uitwerking van een gedichtenpad voor de onderbouw vond ik het moeilijk om opdrachten te verzinnen die zowel voor een eerste leerjaar als voor 2 en 3 haalbaar en uitdagend zouden zijn. Ik kwam op het idee een derde gedichtenpad uit te werken puur voor een eerste leerjaar met gedichten die ze zelf kunnen lezen en aangepaste opdrachten. Hieronder vind je de uitwerking!

1. Locatie: voor de inkom van de school

Erik van Os - Moe moe
in ‘De dichter is een tovenaar’ ( Van Coillie, Averbode , 2003)

Moe moe
Moe moe.
Ik ben zo moe.
Ik ben dood op.
                                                           op.
                                                   nog
                                            trap
                                    die
                            heel
                     ik
             moet
      nou
En

Moe moe.
Ik ben zo moe.
Ik ben bek af.

Kwam
          mijn
                     bed
                            de
                                    trap
                                            maar
                                                     af.

Beschouwen:

LLN  zitten onderaan de trap. LK draagt het gedicht voor terwijl hij/zij de trap op en af loopt (zoals het gedicht het doet). De leerlingen krijgen de tekst ook vergroot te zien.
Wat wil de dichter zeggen? Hij doet dat op een speciale wijze, hoe? Wat merk je aan de 3de en regel van de twee blokjes die beginnen met “moe moe”? (het laatste woord, op en af, geeft aan hoe de trap wordt genomen.)

Creëren:

Wat wil de dichter benadrukken? (trap naar boven en naar beneden)
Hoe doet hij dat? (woorden omhoog en omlaag schrijven)
Hoe zou je dit doen als je geen schrijver maar een zanger(es) was? (zingen)
Laat zien hoe je de trap opgaat (hoger zingen) en af gaat (lager zingen)
LLN mogen dit uitvoeren met de zinnen “en nu moet ik die trap nog op” en “Kwam mijn bed de trap maar af” terwijl ze de trap ook oplopen en naar beneden komen.
Indien extra tijd: LK springt de trappen op en af en de LLN verhogen en verlagen de toon (zingen telkens het woord “trap”).

Materiaal: vergroting gedicht


2. Locatie: bouwwerken aan de inkom van de school/kleutergang

Joke van Leeuwen - Lijmen
In ‘Ozo heppie en andere versjes’ (Querido, 2000)

Ik had drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een vogeltje.
Een veulentje.
Een varkentje.

Ze zijn gevallen.
Ze braken stuk
Ik heb ze gelijmd.
't Is bijna gelukt.

Ik heb drie beestjes,
drie beestjes van steen.
Een volentje.
Een veukentje.
Een vargeltje.

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Diertjes van steen, gevallen, fout aan elkaar gelijmd.
Gekke dieren à zelf creëren

Creëren:

Optie 1:
LLN krijgen een blad met daarop de voor- en achterkanten van verschillende dieren.
LLN stellen een nieuw dier samen door middel van uitknippen en opplakken en verzinnen hierbij een nieuwe naam.

Optie 2:
LLN werken in groepjes van 3
LL 1 tekent hoofd van een dier op een wit A5 en plooit om
LL 2 tekent romp zonder te weten welk dier LL 1 heeft getekend en plooit weer om
LL 3 vervolledigt de tekening met de achterkant van zijn eigen dier
De tekening wordt open geplooid en in groep wordt een naam van het nieuwe dier verzonnen

Materiaal:

Bij optie 1: wit A4-papier, knipbladen met dieren (voorkant + achterkant), scharen, lijmstiften
Bij optie 2: wit A5-papier, potloden

3. Locatie: speelplaats kleuters bij het speeltuig/de huisjes

Optie 1:
Hans & Monique Hagen - De hut is klaar
In ‘Ik en mijn rode fiets’ (Querido, 2010)

joe hoe hoe
we zitten in de hut
hiep hiep hoi
een hele nieuwe hut

joe hoe hoe
de allermooiste hut
hiep hiep hoi hoi
onze hut is klaar

onze hut is klaar
en wij zitten binnen
wat moeten we nu doen
wat moeten we verzinnen

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Kinderen die een hut maken
Wat vinden ze van de hut? à Ze is het allermooist en leuk
Wat is het probleem? à Ze weten niet wat ze nu moeten doen, ze vervelen zich

Creëren:

Wat kan je allemaal doen in een hut, wat zou jij doen?
LLN spelen in groepjes van 2 of 3 in het speelhuisje na wat zij zouden doen. Dit toneeltje duurt maximaal 2 minuten. De LLN krijgen slechts 4 minuten voorbereidingstijd (tijd kort houden zorgt voor concreet werken).

Materiaal: Timer


Optie 2:
Annie M.G. Schmidt - Dikkertje Dap
In ‘Ziezo’ (Querido, 1987)

Dikkertje Dap klom op de trap
's morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.
Dag Giraf, zei Dikkertje Dap,
weet je, wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!
't Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf.

O Giraf, zei Dikkertje Dap,
'k moet je nog veel meer vertellen:
Ik kan al drie letters spellen:
a b c, is dat niet knap?
Ik kan ook al bijna rekenen!
Ik kan mooie poppetjes tekenen!
Lieve deugd, zei de giraf,
Kerel, kerel, ik sta paf.

Zeg, Giraf, zei Dikkertje Dap,
Mag ik niet eens even bij je
stiekem van je nek afglijen?
Zo maar eventjes voor de grap,
denk je dat de grond van Artis
als ik neerkom, heel erg hard is?
Stap maar op, zei de giraf,
stap maar op en glij maar af.

Dikkertje Dap klom van de trap
met een griezelig grote stap.
Op de nek van de giraf
zette Dikkertje Dap zich af,
roetsjj daar gleed hij met een vaart
tot aan 't kwastje van de staart.
Boem!
Au!!

Dag Giraf, zei Dikkertje Dap.
Morgen kom ik weer hier met de trap.

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Dikkertje Dap, een giraf, een trap, rekenen en lezen
Wat vraagt Dikkertje Dap aan de giraf? à Of hij van de nek mag glijden
Wat gebeurt er? à Dikkertje Dap roetsjt naar beneden en valt
Met welk speeltuig vergelijkt Dikkertje Dap de giraf? à Een glijbaan
Welke speeltuigen ken je nog?
Welke dieren zou je daarvoor kunnen gebruiken?

Creëren:

LLN tekenen een bestaand dier, maar omgevormd tot een speeltuig, bv. een aap wordt een schommel, een nijlpaard een trampoline, een krokodil wordt een wipplank, een slang wordt een hoepel, een olifant een klimrek, …

Materiaal: Wit A4-papier, tekenpotloden, kleurpotloden


4. Locatie:  turnzaal kleuters

Riet Wille - Op naar de top
In: ‘Tikken tegen de maan’ (samengesteld door Joke van Leeuwen, Ons Erfdeel, 2010)

ik
ik ren
ik ren rap
ik ren rap naar
ik ren rap naar de
ik ren rap naar de top
ik ren rap naar de top toe
ik ren rap naar de top
ik ren rap naar de
ik ren rap naar
ik ren rap
ik ben
moe.

Beschouwen:

LK toont het gedicht. Hoe ziet het gedicht eruit? Waarom heeft de dichter het zo opgeschreven? Dit noemen we een figuurgedicht, een gedicht in een bepaalde vorm.
In het gedicht zijn er eigenlijk maar twee ‘echte’ zinnen. Welke twee? (‘ik ren rap naar de top toe’ en ‘ik ben moe’).
Wat is het verband tussen die twee zinnen? (‘oorzaak - gevolg’)
Als ik die twee zinnen na elkaar zeg, wat valt er dan op? (‘Ze rijmen.’)

Creëren:

Maak nu per groepje eerst samen een lange zin.
Wat zou het gevolg kunnen zijn?
Schrijf het gedicht op zoals dit gedicht van Riet Wille.

Materiaal: Vergroting gedicht, kladpapier, lijntjespapier, pen of schrijfpotlood

5. Locatie: WC’s op de grote speelplaats

Marianne Busser & Ron Schröder - Een koning…
In: ‘Ik zoek een woord. 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden’ (Querido, 2013)

Een koning schreef
voor zijn plezier
gedichten op toiletpapier
en was het laatste bladje vol
dan nam hij weer
een nieuwe rol

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Een koning die schrijft op een WC-rol

Creëren:

Elke LL krijgt 1 blaadje papier ter grootte van een blaadje WC-papier
Hierop schrijft hij/zij 1 enkele zin
Als alle zinnen klaar zijn, worden ze aan elkaar geplakt
Dit lange verhaal wordt op een toiletrol gekleefd
Het ‘verhaal’ wordt daarna in z’n geheel voorgelezen

Materiaal: Kleine blaadjes papier, schrijfpotlood, plakband, lege toiletrol

6. Locatie: fietsenstalling

Optie 1:
Hans & Monique Hagen - Bloed uit mijn knie
In ‘Ik en mijn rode fiets’ (Querido, 2010)

met mijn fiets
viel ik op de grond
op mijn knie
heb ik nu een wond

bloed uit mijn knie
bloed op mijn schoen
daar moet je snel
een pleister op doen

pleister op mijn knie
niet op mijn schoen
op een schoen hoef je toch
geen pleister te doen

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Een kindje dat van de fiets valt en gewond is
Wat moet er gebeuren? à Er moet een pleister op

Creëren:

Teken een kindje
Teken ook ergens een wondje waar een pleister op zou moeten (met potlood en rode stift)
Kom bij de juf een ‘saaie’ pleister halen en kleef die op de wonde
Versier de pleister zoals je wil met stift

Materiaal: Wit A4-papier, pleisters in verschillende maten (eenvoudig wit of bruin), tekenpotloden, stiften


Optie 2:
Hans & Monique Hagen - Fiets
In ‘Daar komt de tijger ’ (Van Goor, 1988)

mijn fiets
is een brommer
ik start
ik ga honderd
ik rijd hard

mijn fiets
is een paard
hij steigert
hij hinnikt
hij zwaait met zijn staart

als ik
mijn fiets
op z’n kop laat rijden
kan ik
plakjes worst afsnijden

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Een fiets
Wat gebeurt er met de fiets? à Hij wordt een brommer of een paard, of een snijmachine
Waarvoor zou jij een fiets gebruiken?  

Creëren:

LLN doen alsof ze op een fiets zitten
LK vertelt een verhaal en verzint wat er allemaal op en met de fiets gebeurt
LLN beelden dit uit terwijl juf vertelt

Materiaal: /


7. Locatie: weerkast grote speelplaats

Hans & Monique Hagen - Hoi weer
In ‘Ik en mijn rode fiets’ (Querido, 2010)

ik kijk naar buiten
goedemorgen
dag weer
daar ben ik weer

ik kijk naar buiten
goedemiddag
dag weer
daar ben ik weer

hoi weer
hier ben ik weer
wat druppel je vandaag

hoi weer
hier ben ik weer
wat donder je vandaag

ik kijk naar buiten
goedenavond
dag weer
daar ben ik weer

ik kijk naar buiten
wat een weertje
dag weer
daar ben ik weer

hoi weer
hier ben ik weer
wat blaas je vandaag

hé weer
ik zie mijn schaduw
de zon schijnt alweer

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht? à Het weer
Wat weet je al over het weer? à Regen, zon, onweer, wind, donder, bliksem, sneeuw, wolken, …
Zou je dit ook kunnen uitbeelden?

Creëren:

LLN imiteren –op hun eigen wijze- de weerselementen
Daarna worden ze verdeeld in groepjes van 3 à 4
Ze maken een bewegingsreeks met 4 weerselementen en tonen dit aan de anderen
Anderen mogen het dansje evalueren a.d.h.v. weerskaartjes

Materiaal: Weerskaartjes


Opmerking: Bij heel zonnig weer kan er ook gewerkt worden rond schaduwen en kunnen LLN een pose aannemen terwijl een ander deze schaduw op de grond overtrekt met stoepkrijt.

8. Locatie: secretariaat of kopieerapparaat (daar waar gekleurd papier opgeslagen ligt)

Hans & Monique Hagen - Olifant
In ‘Misschien een olifant ’ (Van Goor, 1988)

ik knip iets
heel ergs moeilijks uit
het wordt misschien
een olifant
o nee toch niet
de slurf valt eraf
het wordt een krokodil
of is het een giraf

Ik knip iets
veels te moeilijks uit
het wordt misschien
geen dier
het lijkt misschien
wel nergens op
ik maak een prop papier.

Beschouwen:

Waarover gaat dit gedicht?
Lukt het om een olifant uit te knippen?

Creëren:

LLN mogen een blaadje gekleurd papier kiezen en een figuur uitscheuren. Het is de bedoeling dat de kinderen al scheurend tot een 'dier' komen!

Materiaal: Gekleurd papier

9. Locatie: klaslokaal

Paul van Ostaijen - Berceuse nr. 2
In: ‘Verzamelde gedichten’ (Prometheus, 1996)

Slaap als een reus
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
rozeke
zoetekoeksdozeke
doe de deur dicht van de doos
Ik slaap.

Beschouwen:

Wat valt op in dit gedicht? (lijken wel ri-ra-rijtjes)
Waarover gaat dit gedicht? (slapen)

Optie 1:

Creëren:

Maak zelf een gedichtje zoals dit. Je mag je ri-ra-rijtjes gebruiken.

Materiaal: Kladpapier, lijntjespapier, schrijfpotlood of pen, ri-ra-rijtjes


Optie 2:

Creëren:

Een berceuse is een moeilijk woord voor een slaapliedje.
Wie kent er nog slaapliedjes?
LLN zingen slaapliedjes, anderen zingen het na. Als er geen slaapliedjes gekend zijn door LLN, leert LK een slaapliedje aan.

Materiaal: /