Sinds de uitzending op Ketnet waarin de nieuwe YouTube-hit "PAPP" werd getoond, zit deze oorwurm in veel (kinder)oren! En zoals het hoort bij een goede YouTube-hit, worden we ook overspoeld met parodieën! Deze inspireerde mij meteen als instap voor een les Nederlands over samenstelling, maar eventueel ook als muzische afronding van een les over dit onderwerp:
Zoals ik in mijn vorige post reeds zei, ging ik vroeger regelmatig naar de dierentuin. Mijn bezoekje was nooit compleet als ik niet langs de Humbold-pinguïns kon gaan. Ik was dus tijdens mijn bezoek aangenaam verrast dat ze, na een lange afwezigheid -de pinguïns waren verhuisd naar Planckendael- opnieuw te bewonderen zijn in de zoo van Antwerpen! Net zoals vroeger ben ik een hele tijd blijven kijken naar deze grappige zwemvogels, die zo onhandig lijken op het droge maar heel sierlijk bewegen in het water. Aangezien ik zo gek ben op deze dieren, wil ik ze zeker ook inzetten tijdens MuzO-lessen.
Tijdens het practicum "Geïntegreerd werken dans en drama", hebben we de les opgebouwd rond kwallen. Eenzelfde les kan opgebouwd worden rond de bewegingen en kenmerken van een pinguïn. Om de kinderen een goed beeld te geven van hoe een pinguïn zich voortbeweegt, kan er ook gekeken worden naar de trailer van de Vlaamse versie van "March of the penguins".
Ik zie de pinguïns ook als instap voor een les beeld rond koude en warme kleuren (habitat, Humbold-pinguïns vs. Keizerpinguïns) of werken met klei (beschouwen van de gestileerde vorm van een pinguïn).
Op YouTube vond ik ook enkele leuke liedjes met een bijbehorende dans:
Tijdens een les muziek kan misschien ook een liedje over pinguïns worden aangeleerd. Op internet en in liedbundels zijn er een aantal leuke te vinden.
Gisteren mocht ik tijdens een vervanging het vijfde leerjaar van Don Bosco in Hoboken vergezellen tijdens hun uitstap naar de dierentuin van Antwerpen. Vroeger kwam ik daar heel regelmatig maar de laatste jaren ben ik er door omstandigheden niet meer geraakt. Toen ik de poorten van de dierentuin binnenging, voelde ik me weer zelf een kind -ondanks dat ik de strenge juf moest/mocht uithangen. Eén van de activiteiten die gepland waren, was de rondleiding "Creepy griezelbeesten". Tijdens deze 'les' kom je oog in oog te staan met amfibieën, reptielen en ongewervelden én je mag ze ook aanraken.
Ondanks dat ik het niet zo heb op deze kriebeldiertjes, kreeg ik toch de nodige inspiratie voor enkele MuzO-lessen. Een eerste idee kreeg ik voor een les bewegingsexpressie. Zou het niet leuk zijn om zelf insectengedrag te vertonen? Springen als een sprinkhaan, kruipen als een slak of je terugtrekken in je huisje, samenwerken als de mieren of het 'kuddegedrag' van een bende (vieze) kakkerlakken!
Tijdens de uitleg van de gids over de Rozenkever, moest ik plots terugdenken aan de les die we tijdens een practicum beeld hebben gehad rond camouflagedieren. Je ziet een uitstap naar de zoo is niet alleen handig voor de lessen WO!
In een ver verleden ben ik ooit eens naar een voorstelling moderne dans gaan kijken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet de hele voorstelling heb volgehouden: te abstract voor mij! Geef mij maar de romantiek van de Weense wals, de passie van de Argentijnse tango, de energie van een Cubaanse salsa of het improviseren op pop en rock! Zelf sta ik zelden stil als de muziek aanstekelijk is en op feestjes ben ik meestal een van de eersten op de dansvloer, dus ik heb ABSOLUUT niets tegen dansen en bewegingsexpressie. Toen ik echter "verplicht" voor een taak van Muzo 2 op zoek moest gaan naar een eigentijds voorbeeld binnen het domein bewegingsexpressie/dans, kwam ik achter de oorzaak van het probleem: ik ben gewoon niet gemaakt om een voorstelling van twee uur dans uit te zitten als ik niet mee kan dansen of me niet kan inleven omdat de muziek/dansstijl mij niet aanstaat! Ik vond eveneens de oplossing voor mijn probleem: het kanaal van Cinedans op YouTube, gevonden via doorklikken nadat ik de voorbeelden uit de presentatie van de docente had bekeken. Vooral de korte stukjes uit de "One Minute Dance Film Contest" spraken mij ongelooflijk aan en ga ik wat vaker bekijken om inspiratie op te doen! En wie weet, misschien word ik ooit nog fan van moderne dans! :-)
Bij mij thuis lopen de nodige huisdieren rond. Ik vind het leuk om ze bezig te zien en kan er van genieten ze te observeren in hun spel of vertederd kijken hoe ze slapen.
Het gedrag en de bewegingen van mijn drie katten werkt inspirerend: Ik kan me al voorstellen hoe ik zelf zou bewegen als een kat -vooral het slapen en genietend in een bolletje liggen- en heel vaak zie ik spontaan tekstballonnetjes boven hun hoofd verschijnen als ze me weer nuffig of juist vertederend aankijken.
Ik probeer hun poses vaak vast te leggen op foto's maar dat laat ze niet helemaal tot hun recht komen.
Het kan wel een hele leuke instap zijn voor een les bewegingsexpressie om met foto's of filmpjes van katten en katachtigen te werken en de kinderen aan te zetten om ook te bewegen zoals een kat: lopen, sluipen, kopjes geven, spelen, slapen, zich uitrekken of juist in een bolletje slapen.
Een kat is ook een heel sierlijk dier en kan ook als voorbeeld gebruikt worden voor een les beeld. Zo kan je bv. de LLN allemaal een kat laten tekenen met potlood of houtskool en deze dan samenbrengen in één grote collage op een achtergrond van bv. een tuin, een weiland of de daken van een stad.
En zoals ik soms regelmatig hun gedachten lijk te zien, kunnen LLN in een les media ook foto's van hun eigen huisdieren bewerken met tekstballonnen of er een foto-strip mee maken.
Of waarom niet voor dierendag een leuke pop-art versie creëren van hun favoriete huisdierfoto!
Tijdens het opruimen van mijn kast vol dvd's, kwam ik toevallig de dvd tegen van Stomp!, die ik een paar jaar geleden -toen ik ze voor de derde keer live zag- gekocht had. Uit nostalgie heb ik de dvd nog eens opgezet en toen herinnerde ik me weer waarom ik ze al drie keer live had gezien en de dvd had gekocht! Stomp! blijft geweldig! Ongelooflijk wat ze allemaal kunnen met alledaagse voorwerpen en simpele bewegingen. Misschien wordt het tijd dat ik mij liefde voor Stomp! tijdens MuzO-lessen doorgeef aan de volgende generatie!
Tijdens een geïntegreerde les van muziek en dans kunnen we bv. zelf experimenteren met body-percussie of tijden een les muziek zelf muziek maken met alledaagse voorwerpen ( plastic zak, vuilbak, banken, schrijfgerief, pennendozen, oud papier etc.). En waarom dan niet ineens tijdens een les beeld zelf muziekinstrumenten maken en versieren. Ik kan bijna niet wachten tot ik mijn eigen klasje heb om aan de slag te gaan!
Algemeen doel: leerlingen laten zich leiden door de muziek om tot beweging te komen Lesverloop: Sfeerschepping: Verhaal van de kleine prins in verkorte versie via YouTube-filmpje. -> Nu beginnen we aan onze eigen ruimtereis, net zoals de kleine prins. Beschouwen: Samen met de leerlingen wordt een filmpje bekeken van de eerste maanlanding. De leerkracht vraagt wat er opvalt aan dit filmpje: manier van bewegen, tempo, zwaartekracht, ... Aanzetten tot creëren / Exploreren & experimenteren: Leerkracht laat een muziekcollage horen met fragmenten uit:
Space Oddity - David Bowie
Walking on the moon - The Police
Intergallactic - The Beastie Boys
Stardust - Jean-Michel Jarre & Armin van Buren
Leerkracht begeleidt de bewegingsimprovisatie met een verhaal volgens de muziek: klaarmaken voor lancering - lancering - onderweg naar de maan - maanlanding en rondlopen op de maan - aanval buitenaardse wezens/robot - terug naar de aarde vliegen - planeten en asteroïden ontwijken. Creëren: Leerlingen krijgen drie verschillende liedjes/fragmenten te horen:
Dark side of the moon - Pink Floyd
Spaceman - Babylon Zoo
Star Trek Theme
Hierop bewegen ze -zonder elkaar aan te raken- met de ogen dicht (gevoel van veiligheid, ook verlegen kinderen kunnen meedoen zonder zich bekeken te voelen). Daarna kiezen ze het liedje waar ze zich het best bij voelen om hun dans te tonen aan de anderen. Toonmoment & evaluatie: De leerlingen kiezen zelf op welk liedje ze hun bewegingen tonen aan het publiek. Iedere groep krijgt een applaus op het einde van het lied/fragment. Daarna wordt kort besproken wat er opviel, wat er werd uitgebeeld, welk gevoel ze kregen.
Eén van de taken binnen Muzo 2 was het organiseren van een vertelnamiddag (of voormiddag) voor een eerste leerjaar en daaraan een 'dramatische' verwerking te koppelen. Ik vond het dan ook een leuk idee om deze ervaring op mijn blog te delen. Voor de vertelnamiddag samen met Liesann en Evy, hebben we ons laten inspireren door het thema waar de leerlingen in het 1ste leerjaar van de GBS Niel op dat moment mee bezig waren: "geworteld". Onze vertelnamiddag zou dan ook de afsluiter zijn van het thema.
Wij vonden
een verhaal dat bij dit thema aansloot, nl. “Helden in de groentetuin” van Ulf
Stark en Charlotte Ramel uitgegeven door Ikea. Van dit boek bestaan ook grote
knuffels, in de vorm van een broccoli en een wortel, waarover we beschikten.
Het verhaal gaat over twee kinderen die leren hoe ze een groentetuin moeten
onderhouden.
Samen hebben we dit verhaal omgezet in een
scenario voor een toneeltje, waarbij we tijdens het schrijven meteen het
dramatiseren hebben ingeoefend en het zo
verder herwerktentot we allemaal
tevreden waren. We voorzagen ook decorstukken en verkleedkledij om het geheel
zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de kinderen. Het lied dat we daarna de kinderen zouden aanleren werd geschreven op de melodie van 'Drunken sailor', wat een reeds gekende melodie was, zodat het aanleren nog vlotter ging.
Oorspronkelijk lied: Drunken sailor
Nieuwe titel: Dorre plantjes
Strofe 1:
Wat zullen
we doen met de dorre plantjes
Wat zullen
we doen met de dorre plantjes
Wat hebben
de dorre plantjes nodig? Oh laten we helpen!
Refrein:
Water voor
de dorst!
Pluk, pluk
dat onkruid toch!
Hark, hark
de grond wat los,
Dan kunnen
wij weer groeien!
Strofe 2:
Neem een
gieter en geef hen water
Neem een
gieter en geef hen water
Lekker fris
water voor de planten, oh wat hebben ze dorst!
Strofe 3:
Weg met dat
onkruid, hark de grond los
Weg met dat
onkruid, hark de grond los
Als we dat
doen dan zijn de planten weer lekker gezond!
Uitvoering
Het toneeltje dat we hadden voorbereid, ging heel erg vlot. We hadden
hier goed op geoefend en we konden goed op elkaar inspelen. Iedereen had zijn
rol en leefde zich helemaal in. We merkten snel dat de kinderen geboeid en
enthousiast waren! Ze zaten letterlijk op het puntje van hun stoel. We merkten
zelf ook dat de stukken die we laag tegen de grond moesten spelen moeilijk te
zien waren voor de leerlingen op de achterste rijen. We hebben ons dan ook
tijdens het toneeltje aangepast en decorstukken verhoogd zodat iedereen deze
goed kon zien. Als we dit opnieuw zouden moeten doen dan zouden we de kinderen
op hun zitvlak op de grond laten zitten, in plaats van op stoelen.
Na het vertelmoment hebben we met de kinderen een korte reflectie
uitgevoerd, door hen te vragen waarover het verhaaltje ging, wie de personages
waren, wat er gebeurde e.d.. Op deze manier merkten we heel goed dat de
kinderen het verhaal goed begrepen hadden.
Omdat we nog wat extra tijd hadden voor de
speeltijd, besloten we de kinderen het refrein van het lied aan te leren.
Daarbij konden we materiaal als houvast gebruiken. Zo konden de kinderen dit
heel snel onthouden! We lieten hen zelf ook de bewegingen uitvoeren en op het
einde lieten we ook enkele kinderen mee trommelen. Omdat we met drie waren om
dit te begeleiden viel dit wel goed mee!
Dramatische verwerking
Na de speeltijd gingen we over tot het aanzetten tot creëren voor het
dramamoment. We vertelden dat de hele zaal een groentetuin was met smalle
paadjes tussen de rijen groenten. Ze moesten er heel voorzichtig doorwandelen
en er waren enkel paadjes die horizontaal en verticaal liepen (wat we getoond
hebben). Daarbij kregen ze dan de opdracht om de groenten water te geven,
onkruid te wieden en te harken. Door zelf deze bewegingen voor te tonen en er
tips bij te geven (vb. soms moet je heel erg hard trekken om het onkruid los te
krijgen), lukt dit zeer goed.
Vervolgens lieten we hen ook even een plant “zijn”. Het uitbeelden van
een plant als die voldoende water heeft en zon krijgt, of een plant die dorst
heeft en slap is, zorgde voor een massa kinderen die samen groeide en slap op
de grond viel. Heel fijn om te zien dat dit zo goed aansloeg!
Pas dan gingen we over naar de echte dramatisering in kleine groepjes.
We verdeelden de grote groep in hun drie klassen (elk ongeveer 20 leerlingen)
en elk van ons kon dan één klas begeleiden. De klassen werden opgesplitst in 4
groepjes van ongeveer 5 leerlingen en elk groepje kreeg een gebeurtenis uit het
verhaal om uit te beelden en na te spelen. Elk van ons heeft de groepjes kleine
tips gegeven zoals: “er zijn ook groentjes, wie speelt er een groente bij
jullie?”, “Hoe kan jij tonen dat je boos bent?”, “Wat kan je doen om te laten
zien dat je water nodig hebt?”…
Na een kort inoefenmoment kregen de groepjes de gelegenheid om hun
stukje vooraan uit te voeren. Heel wat groepjes wilden vooraan hun toneeltje
opvoeren, maar helaas was er onvoldoende tijd om hen allemaal te zien. Wel
konden we er zeker 8 bewonderen! Sommige waren maar oppervlakkig, andere waren
erg creatief in het spelen van de planten en in het verloop van het verhaal.
Evaluatie
Tot slot lieten we de kinderen de verschillende onderdelen evalueren.
Door met hun lichaam een gezonde of slappe plant na te bootsen, konden zij
aangeven of ze een bepaald stukje leuk of minder leuk vonden. Daaruit kwam de
conclusie die we zelf al hadden aangevoeld: het toneel door ons en het liedje
was leuk, maar het uitvoeren van de toneeltjes door de kinderen zelf was minder
leuk.
Dit was een heel fijne ervaring
en een leuke kennismaking met kinderen van die leeftijd en hun gedachtegang. We
onthouden zeker om meer rekening te houden met het ruimtegebruik: zichtbaarheid
van het toneel, het aantal kinderen in de zaal en de opdrachten die we geven.