Ik heb reeds verteld over de vertelnamiddag met Evy en Liesann rond 'Helden in de groentetuin'. Normaal was ik door die namiddag 'verlost' van mijn taak, maar toen ik hoorde dat een andere medestudente in de steek was gelaten door haar partner, sprong ik met plezier in om nogmaals in een eerste leerjaar een vertelmoment te organiseren.
Deze keer mocht ik de hoofdrol spelen als 'Lala, het kleine meisje'. Als je het filmpje bekijkt, zal je zien dat dit best wel grappig is, aangezien ik met kop en schouder boven Céline uitsteek, die de volwassen personages moest spelen. Door mijn outfit en pruik, kon ik me echter perfect inleven in mijn rol, en zelfs de kinderen waren helemaal mee met het verhaal, en héél erg bereid om mij te 'helpen'. Het verhaal gaat over Lala, die op een dag een buisje vindt op de grond. Als ze ermee schudt, komt er geluid uit én ze ontdekt een tekst binnenin het buisje. Lala weet echter niet wat ze ermee aan moet, en gaat op zoek naar mensen die haar erbij kunnen helpen. Iedereen die ze tegenkomt wil haar wel helpen, maar vraagt er wel iets voor terug. Zo krijgt ze van de winkeljuffrouw een handtrommel als ze het liedje "hoofd, schouders, knie en teen" kan zingen met de juiste bewegingen. Natuurlijk is Lala verlegen en vraagt ze de andere kinderen om haar te helpen door dit samen te doen.
Van de werkman krijgt ze een plastic buis als ze tien keer met beide voeten van de grond springt en Luigi -de Italiaanse kok- geeft haar een pan, lepel en klopper als ze zijn ritmes kan na klappen zonder fouten. Slaapkopje wil zijn regenbuis wel afgeven als Lala mee zijn ochtendgymnastiek doet. Natuurlijk krijgt Lala de nodige ondersteuning van de kinderen! Uiteindelijk komt Lala haar vriendin Mirre tegen, die het liedje herkent van op haar computer. Samen beluisteren ze het scheldlied, en ja hoor: het ritme en de melodie komt overeen met de muziek op Lala's briefje! Nu kunnen ze eindelijk -onder begeleiding van de instrumenten- samen het lied zingen! Het lied (mijn excuses voor de kwaliteit van de zang in het filmpje) heb ik op héél korte tijd moeten instuderen, dus dat liep niet zo héél vlot. De tekst was door Céline geschreven op de melodie van het 'Scheldlied', wat mij totaal onbekend was.
Toch heb ik mij gigantisch geamuseerd met de kinderen en mij voorgenomen om dit vaker te doen!
Eén van de taken binnen Muzo 2 was het organiseren van een vertelnamiddag (of voormiddag) voor een eerste leerjaar en daaraan een 'dramatische' verwerking te koppelen. Ik vond het dan ook een leuk idee om deze ervaring op mijn blog te delen. Voor de vertelnamiddag samen met Liesann en Evy, hebben we ons laten inspireren door het thema waar de leerlingen in het 1ste leerjaar van de GBS Niel op dat moment mee bezig waren: "geworteld". Onze vertelnamiddag zou dan ook de afsluiter zijn van het thema.
Wij vonden
een verhaal dat bij dit thema aansloot, nl. “Helden in de groentetuin” van Ulf
Stark en Charlotte Ramel uitgegeven door Ikea. Van dit boek bestaan ook grote
knuffels, in de vorm van een broccoli en een wortel, waarover we beschikten.
Het verhaal gaat over twee kinderen die leren hoe ze een groentetuin moeten
onderhouden.
Samen hebben we dit verhaal omgezet in een
scenario voor een toneeltje, waarbij we tijdens het schrijven meteen het
dramatiseren hebben ingeoefend en het zo
verder herwerktentot we allemaal
tevreden waren. We voorzagen ook decorstukken en verkleedkledij om het geheel
zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de kinderen. Het lied dat we daarna de kinderen zouden aanleren werd geschreven op de melodie van 'Drunken sailor', wat een reeds gekende melodie was, zodat het aanleren nog vlotter ging.
Oorspronkelijk lied: Drunken sailor
Nieuwe titel: Dorre plantjes
Strofe 1:
Wat zullen
we doen met de dorre plantjes
Wat zullen
we doen met de dorre plantjes
Wat hebben
de dorre plantjes nodig? Oh laten we helpen!
Refrein:
Water voor
de dorst!
Pluk, pluk
dat onkruid toch!
Hark, hark
de grond wat los,
Dan kunnen
wij weer groeien!
Strofe 2:
Neem een
gieter en geef hen water
Neem een
gieter en geef hen water
Lekker fris
water voor de planten, oh wat hebben ze dorst!
Strofe 3:
Weg met dat
onkruid, hark de grond los
Weg met dat
onkruid, hark de grond los
Als we dat
doen dan zijn de planten weer lekker gezond!
Uitvoering
Het toneeltje dat we hadden voorbereid, ging heel erg vlot. We hadden
hier goed op geoefend en we konden goed op elkaar inspelen. Iedereen had zijn
rol en leefde zich helemaal in. We merkten snel dat de kinderen geboeid en
enthousiast waren! Ze zaten letterlijk op het puntje van hun stoel. We merkten
zelf ook dat de stukken die we laag tegen de grond moesten spelen moeilijk te
zien waren voor de leerlingen op de achterste rijen. We hebben ons dan ook
tijdens het toneeltje aangepast en decorstukken verhoogd zodat iedereen deze
goed kon zien. Als we dit opnieuw zouden moeten doen dan zouden we de kinderen
op hun zitvlak op de grond laten zitten, in plaats van op stoelen.
Na het vertelmoment hebben we met de kinderen een korte reflectie
uitgevoerd, door hen te vragen waarover het verhaaltje ging, wie de personages
waren, wat er gebeurde e.d.. Op deze manier merkten we heel goed dat de
kinderen het verhaal goed begrepen hadden.
Omdat we nog wat extra tijd hadden voor de
speeltijd, besloten we de kinderen het refrein van het lied aan te leren.
Daarbij konden we materiaal als houvast gebruiken. Zo konden de kinderen dit
heel snel onthouden! We lieten hen zelf ook de bewegingen uitvoeren en op het
einde lieten we ook enkele kinderen mee trommelen. Omdat we met drie waren om
dit te begeleiden viel dit wel goed mee!
Dramatische verwerking
Na de speeltijd gingen we over tot het aanzetten tot creëren voor het
dramamoment. We vertelden dat de hele zaal een groentetuin was met smalle
paadjes tussen de rijen groenten. Ze moesten er heel voorzichtig doorwandelen
en er waren enkel paadjes die horizontaal en verticaal liepen (wat we getoond
hebben). Daarbij kregen ze dan de opdracht om de groenten water te geven,
onkruid te wieden en te harken. Door zelf deze bewegingen voor te tonen en er
tips bij te geven (vb. soms moet je heel erg hard trekken om het onkruid los te
krijgen), lukt dit zeer goed.
Vervolgens lieten we hen ook even een plant “zijn”. Het uitbeelden van
een plant als die voldoende water heeft en zon krijgt, of een plant die dorst
heeft en slap is, zorgde voor een massa kinderen die samen groeide en slap op
de grond viel. Heel fijn om te zien dat dit zo goed aansloeg!
Pas dan gingen we over naar de echte dramatisering in kleine groepjes.
We verdeelden de grote groep in hun drie klassen (elk ongeveer 20 leerlingen)
en elk van ons kon dan één klas begeleiden. De klassen werden opgesplitst in 4
groepjes van ongeveer 5 leerlingen en elk groepje kreeg een gebeurtenis uit het
verhaal om uit te beelden en na te spelen. Elk van ons heeft de groepjes kleine
tips gegeven zoals: “er zijn ook groentjes, wie speelt er een groente bij
jullie?”, “Hoe kan jij tonen dat je boos bent?”, “Wat kan je doen om te laten
zien dat je water nodig hebt?”…
Na een kort inoefenmoment kregen de groepjes de gelegenheid om hun
stukje vooraan uit te voeren. Heel wat groepjes wilden vooraan hun toneeltje
opvoeren, maar helaas was er onvoldoende tijd om hen allemaal te zien. Wel
konden we er zeker 8 bewonderen! Sommige waren maar oppervlakkig, andere waren
erg creatief in het spelen van de planten en in het verloop van het verhaal.
Evaluatie
Tot slot lieten we de kinderen de verschillende onderdelen evalueren.
Door met hun lichaam een gezonde of slappe plant na te bootsen, konden zij
aangeven of ze een bepaald stukje leuk of minder leuk vonden. Daaruit kwam de
conclusie die we zelf al hadden aangevoeld: het toneel door ons en het liedje
was leuk, maar het uitvoeren van de toneeltjes door de kinderen zelf was minder
leuk.
Dit was een heel fijne ervaring
en een leuke kennismaking met kinderen van die leeftijd en hun gedachtegang. We
onthouden zeker om meer rekening te houden met het ruimtegebruik: zichtbaarheid
van het toneel, het aantal kinderen in de zaal en de opdrachten die we geven.