zondag 20 maart 2016

Boek: "Dat kan een aap schilderen, maar kan jij ook een aap schilderen?"

Toen ik dit boek in de boekhandel zag liggen, moest ik spontaan lachen om de titel. Ik kon het dan ook niet laten om eens in het boek te kijken. Ik kwam tot de ontdekking dat de ondertitel "Een doeboek met interessante weetjes over Dali, Picasso, Van Gogh, Monet ..." zeker klopte maar het boek niet alle eer aandeed. Op een originele manier worden kinderen aangezet om te experimenteren met materialen, technieken, enz.

Het originele boek is eigenlijk een bewaarmap waarin je ook lege bladeren vindt -die zelfs uitscheurbaar zijn- om meteen zelf op aan de slag te gaan. Persoonlijk hou ik het boek liefst in de originele status maar is het ideaal om inspiratie op te doen voor originele lessen beeld.

Meer informatie over het boek: "Dat kan een aap schilderen, maar kan jij ook een aap schilderen? Een doeboek met interessante weetjes over Dali, Picasso, Van Gogh, Monet ... " van Peter Slabbynck en Veerle Jacobs (Lannoo, 2014) vind je bv. hier en hier

zaterdag 19 maart 2016

Wat een vreemde volwassenen!

Domein
Drama
Antoine de Saint-Exupéry


Onderwerp:
Korte conversaties/toneelstukjes in een bepaalde rol

Techniek:
Verbale werkvorm: werken met teksten

Bouwste(e)n(en)
  • Rol – inleving
  • Rol - interactie


Algemeen doel:
De leerlingen leven zich in in een personage en brengen de dialogen als dat personage met bijbehorende karakteristieken.

Lesverloop:

Sfeerschepping:
De leerkracht brengt het verhaal van de kleine prins ter sprake: Wie kwam de prins allemaal tegen op zijn reizen? Wat was er zo bijzonder aan die personen?


Beschouwen:
Leerkracht leest stukjes voor uit het verhaal van de kleine prins en stelt na elke dialoog volgende vragen:
  • Welke personen komen aan bod?
  • Wat valt jullie op aan de dialoog?
  • Hoe gedraagt de kleine prins zich?
  • Hoe gedraagt de andere persoon zich?
Tip: Leerkracht let er op dat elk personage duidelijk vormgegeven wordt (overacting)

Aanzetten tot creëren / Exploreren & experimenteren:
Overlopen van de verschillende personages en wat er opmerkelijk aan is:
  • De koning à hooghartig, heerszuchtig
  • De ijdeltuit à ijdel, eist aandacht en bewondering, denkt enkel aan zichzelf
  • De dronkaard à dronken, schaamt zich, absurd denken
  • De zakenman à vindt zichzelf belangrijk, telt alles, alleen materiële telt
  • De lantaarnopsteker à regels zijn regels, zelf denken hoeft niet
  • De aardrijkskundige à vindt zichzelf belangrijk maar beseft niet de nutteloosheid van zijn werk 

Wie kan een rolletje spelen? Waarom speel je het zo? Waar moet je op letten?

Creëren:
De leerlingen krijgen elk een dialoog. Ze kiezen een partner om mee samen te werken. In onderling overleg maken ze een keuze tussen de twee dialoogjes.
De leerlingen krijgen tijd om hun dialoogje te oefenen en van buiten te leren.

Toonmoment & evaluatie:
De leerlingen brengen hun dialoogjes. Na elke dialoog wordt een korte bespreking gehouden:
  • Welke personages hebben we gezien?
  • Wie speelde wie? Waaraan zag je dat?
  • Wat gebeurde er in deze scène?
  • Wat zou het personage nog kunnen zeggen?

Antoine de Saint-Exupéry




donderdag 17 maart 2016

Ruimtereis

Afbeelding: www.scientias.nl
Domein
Bewegingsexpressie

Onderwerp:
Werken rond 'ruimtereizen'

Techniek:
Dansexpressie / dansimprovisatie

Bouwste(e)n(en)

  • ruimte: ruimtelagen; grootte/vorm; plaats 
  • kracht: gewicht

Algemeen doel:
leerlingen laten zich leiden door de muziek om tot beweging te komen

Lesverloop:
Sfeerschepping:
Verhaal van de kleine prins in verkorte versie via YouTube-filmpje. 
-> Nu beginnen we aan onze eigen ruimtereis, net zoals de kleine prins.

Beschouwen:
Samen met de leerlingen wordt een filmpje bekeken van de eerste maanlanding. 
De leerkracht vraagt wat er opvalt aan dit filmpje: manier van bewegen, tempo, zwaartekracht, ...

Aanzetten tot creëren / Exploreren & experimenteren:
Leerkracht laat een muziekcollage horen met fragmenten uit:

  • Space Oddity - David Bowie
  • Walking on the moon - The Police
  • Intergallactic - The Beastie Boys
  • Stardust - Jean-Michel Jarre & Armin van Buren

Leerkracht begeleidt de bewegingsimprovisatie met een verhaal volgens de muziek: klaarmaken voor lancering - lancering - onderweg naar de maan - maanlanding en rondlopen op de maan - aanval buitenaardse wezens/robot - terug naar de aarde vliegen - planeten en asteroïden ontwijken.

Creëren:
Leerlingen krijgen drie verschillende liedjes/fragmenten te horen:

  • Dark side of the moon - Pink Floyd 
  • Spaceman - Babylon Zoo
  • Star Trek Theme


Hierop bewegen ze -zonder elkaar aan te raken- met de ogen dicht (gevoel van veiligheid, ook verlegen kinderen kunnen meedoen zonder zich bekeken te voelen). Daarna kiezen ze het liedje waar ze zich het best bij voelen om hun dans te tonen aan de anderen.

Toonmoment & evaluatie:
De leerlingen kiezen zelf op welk liedje ze hun bewegingen tonen aan het publiek. Iedere groep krijgt een applaus op het einde van het lied/fragment.
Daarna wordt kort besproken wat er opviel, wat er werd uitgebeeld, welk gevoel ze kregen.


Mijn eigen planeet

Domein: 
Beeld
 

Onderwerp:
Verhaal van de kleine prins - planeten

Techniek:
Ruimtelijk werken: boetseren
 

Bouwste(e)n(en): 
  • Vorm
  • Textuur


Algemeen doel:
De leerlingen vormen zich een beeld van hun eigen planeet: hoe ziet die er uit, wie woont er allemaal, hoe heet de planeet …
Vervolgens boetseren ze met klei hun planeet!


Sfeerschepping:
De leerkracht brengt het verhaal van de kleine prins ter sprake: Wie kwam de prins allemaal tegen op zijn reizen? Waar woonden die mensen? --> Planeten
 

Beschouwen:
De leerkracht toont een PowerPoint met foto’s van verschillende planeten.  Al die planeten zien er anders uit: sommigen hebben manen en/of ringen, andere niet, … sommigen zijn ‘vrij’ glad terwijl anderen bezaaid zijn met kraters/putten.
 

Aanzetten tot creëren / Exploreren & experimenteren:
De LLN krijgen de opdracht om hun eigen planeet te boetseren met klei. Ze moeten wel eerst bedenken hoe die er uit gaat zien. 

Tijdens het boetseren met klei hebben ze allerlei textuurmateriaal voorhanden dat ze kunnen gebruiken om hun planeet het gewenste uitzicht te geven. Dit materiaal wordt klassikaal overlopen.

Omdat er nog niet vaak met klei werd gewerkt, worden ook enkele tips meegegeven rond werken met klei:
  • werk uit één stuk
  • manier van aanhechten
  • tonen hoe je een krater maakt


De planeet moet ook bewoners  krijgen: wie zou erop wonen, zorg ervoor dat ze op de planeet passen!

Creëren:
De LLN krijgen elk een stuk klei en gaan ermee aan de slag. Ze zorgen dat de planeet de gewenste vorm en textuur krijgt.

Als hun planeet ligt te drogen, kunnen ze beginnen aan het vormgeven van de personen/dieren/dingen (met papier, tandenstokers, …) die op de planeet leven/voorkomen. Hierbij moeten ze er stil bij staan dat die dingen ook op de planeet moeten passen. 
 

Toonmoment & evaluatie:
De leerlingen krijgen de mogelijkheid om hun planeet te tonen er iets over te vertellen. Mogelijke vragen zijn: 
  
  • Hoe ben je op dit idee gekomen?
  • Hoe heb je textuur aangebracht?
  • Wat is de naam van je planeet?
  • Waarom heeft je planeet deze vorm?
  • Wie of wat leeft er op je planeet?
  • Hoe heb je je idee vormgegeven en waarom?
  • Wat vond je moeilijk?
  • Wat zou je anders doen?



Evaluatietechniek: Sterren (eigen idee)

Deze evaluatietechniek hebben Niki en ik zelf bedacht ter evaluatie van ons muzisch project rond het thema "De kleine prins".

Doel: 

belevingsevaluatie (bij uitbreiding ook productevaluatie)

Doelgroep: 

vanaf de 1e graad 

Werkwijze:

De leerlingen krijgen allemaal een blaadje met daarop vijf blanco sterren. Ze kleuren deze sterren naargelang hun beleving tijdens de les: van geen ster (heel slecht/saai/verbetering nodig) tot vijf sterren (super/leuk/geen verbetering mogelijk).

Materiaal:

Blaadje (A6) met vijf blanco sterren op.

Reflectie:

We hebben deze evaluatietechniek uitgetest na de muzo-voormiddag in een vierde leerjaar. 

Voordelen: een snelle en leuke manier van evalueren (ook voor de kinderen), evaluatie kan anoniem; 

Nadelen: enkel de beleving wordt geëvalueerd, beperkte feedback.

Uitbreiding
Er wordt voor ieder resultaat een blad voorzien met blanco sterren (aantal afhankelijk van het aantal lln in de klas). Iedere leerling mag bij zijn/haar 2 favorieten een ster kleuren. Dit moet natuurlijk wel eerlijk gebeuren!

zaterdag 12 maart 2016

Pinterest: Zegen of hel!?!

Eén van mijn vaste plekken waar mijn zoektocht naar inspiratie begint, is Pinterest. Lang leve Pinterest zou je denken maar ...meestal eindigt het "ik zoek even iets over ...." in het soms uren ronddwalen op interessante boards en een overload aan inspiratie.

Ik ben dan ook gestopt met het volgen van nog meer boards maar heb ondertussen er zelf al enkele gemaakt. Hier verzamel ik leuke ideetjes voor mezelf, voor mijn workshops en vooral ook voor mijn lessen.

Enkele van mijn favorieten zijn:



Als je wil kan je mij hier volgen!


zondag 6 maart 2016

Flow-magazine en -scheurkalender


In 2015 liet ik me elke dag verrassen door de Flow-scheurkalender. Ik ben dol op de mooie grafische vormgeving van alle producten van Flow. 


De scheurkalender bracht elke dag een nieuwe inspirerende quote die ook (meestal toch) verrassend was vormgegeven.

Deze grafische vormgeving zette mij aan om zelf ook creatief aan de slag te gaan met mijn lijfspreuk(en). Aangezien ik daar best vrolijk van werd, wilde ik dat gevoel ook met anderen delen. 
Dit leidde tot het organiseren van een workshop "Woordkunst", waarbij we niet echt met woorden aan de slag gingen, maar eerder onze favoriete woorden op een creatieve, beeldende manier uitwerkten. 

Ter voorbereiding van de workshop ben ik extra inspiratie gaan zoeken op Pinterest. Ik werd overdonderd door de leuke ideeën en heb dan ook genoten mijn kennis te delen met de deelnemers aan de workshop in de bibliotheek van Niel. 

Zoals je hieronder kan zien, zijn de resultaten zeer uiteenlopend maar allemaal even mooi en persoonlijk. Dit is zeker voor herhaling vatbaar!




PS: Naar aanleiding van deze workshop, heb ik een hele leuke MuzO-les uitgewerkt tijdens mijn stage in het zesde leerjaar.