zaterdag 11 juni 2016

Evaluatietechniek: Zelfevaluatie

Doel: belevingsevaluatie (bij uitbreiding ook productevaluatie)


Doelgroep: vanaf de 2e graad 


Werkwijze:

De leerlingen krijgen allemaal een vragenblad en vullen dit voor zichzelf in. Dit wordt bewaard in hun muzofolio of kan ook bij het rapport worden gevoegd.

Materiaal:

zelfevaluatieformulier (je kan dit hier downloaden)

PS: op internet zijn er nog leuke voorbeelden te vinden:




Evaluatietechniek: smile!? (eigen idee)

Tijdens het surfen op het internet -eigenlijk op Pinterest- kwam ik onderstaande foto tegen:



Ik vond dit meteen een leuk idee om te evalueren i.p.v. de 'standaard' smiley! Ik ben dan ook verder gaan zoeken naar 'monstermonden' die ik kon afdrukken en/of overtekenen (ik beschik jammer genoeg niet over mega-teken-talent) zodat ik dit kon toevoegen aan mijn evaluatiekoffer.

Dit is het resultaat:



Ik ben er trots op! Nu nog een klasje vinden om het te testen :-)


Doel: belevingsevaluatie 


Doelgroep: vanaf de 1e graad 


Werkwijze:

De leerlingen kiezen elk een monstermond die uitdrukt hoe ze zich voelden tijdens de les of wat ze er van vinden. Ze houden die voor hun gezicht. Er kan eventueel een foto gemaakt worden om in hun muzofolio te steken.

Materiaal:

Monstermonden op stokjes, eventueel digitale camera.

Evaluatietechniek: Duim(en)

Doel: 

belevingsevaluatie

Doelgroep: 

vanaf de 1e graad  

Werkwijze:

De leerlingen geven met hun duim(en) aan hoe leuk ze de les vonden!

Materiaal: /


Reflectie:

Ik heb deze evaluatietechniek uitgetest tijdens mijn stage in het eerste leerjaar. 

Voordelen: een snelle en leuke manier van evalueren, ook voor de kinderen. Voor mij was het meteen duidelijk wat de lln ervan vonden.



Nadelen: er is geen blijvend 'bewijs'

PS: de foto is niet gemaakt tijdens de échte muzische evaluatie want toen had ik geen camera bij. De juf heeft nadien speciaal voor mij nog een foto gemaakt met de klas :-)

Mijn muzische reis op Odisee

Ik ben mijn hele leven lang al graag creatief bezig geweest op allerlei vlakken (muziekschool, knutselen, bloemschikken, dansen, juwelen maken, schilderen, handwerk, verkleedspelletjes, …). Dit was vooral iets ‘van mezelf’ en veranderde door de jaren heen en verminderde naargelang mijn leven drukker werd.

Het gebrek aan creativiteit in mijn (professionele) leven was één van de grote redenen waarom ik beslist heb om de opleiding Bachelor Lager Onderwijs te volgen. Ik hoopte in al mijn lessen mijn creativiteit te kunnen aanwenden en de leerlingen mee te nemen in dit enthousiasme.

In het eerste semester van de opleiding heb ik in de verschillende practica meer ideeën en inzichten gekregen in hoe ik zelf muzisch aan de slag kan gaan in de klas. Kinderen zijn nog creatief en opener naar het muzische toe dan volwassenen. Als er dan niet alleen geëvalueerd wordt op de resultaten maar ook het welbevinden en het proces 
vooropstaan, gaan de leerlingen ook meer durven experimenteren en zichzelf kunnen vernieuwen.

Na het eerste semester ben ik vol goede moed aan het tweede semester begonnen. Dit was in academiejaar 2013-2014, toen er nog niet gewerkt werd met het boek “Zeppelin” van Koen Crul.


Echte oogopeners waren de twee muzische workshops die ik in 2014 gevolgd heb. De workshop improvisatie zorgde voor heel veel inspiratie en deed me beseffen dat iedereen kan improviseren, ook al denk je vooraf van niet. Deze workshop heeft er voor gezorgd dat ik minder opzie tegen drama-lessen.
De tweede workshop was een algemene muzische workshop rond het boek ‘Zeppelin’, dat toen nog niet tot onze leerstof behoorde. Ik was echter meteen fan van het boek omdat het een heel duidelijk en handig overzicht geeft van de mogelijkheden binnen muzische opvoeding. Dankzij de voorbeeldlessen die we tijdens de workshop hebben uitgevoerd, werd me duidelijk dat het muzische echt overal te vinden is! Ik ben dan ook meteen op zoek gegaan naar dit boek. Deze workshop zorgde er ook voor dat ik beter kon uitleggen waarom mijn lessen MuzO al dan niet ‘muzisch’ waren.

Wegens omstandigheden heb ik in AJ 2013-2014 geen examen kunnen afleggen voor MuzO 2. Vanaf dat moment werd het muzische groeipad dat ik zou volgen, gekenmerkt door wegenwerken en omleidingen.


Tijdens AJ 2014-2015 zou ik zowel MuzO 3 (1ste semester) als MuzO 2 en 4 (2de semester) volgen. Ik ben dan ook vol goede moed begonnen aan de leerstof en de practica voor MuzO 3. Groot was mijn verbazing dat het hele curriculum gewijzigd was en Zeppelin nu ook voor ons als didactische handleiding werd gebruikt! Aangezien ik er daarvoor nog niet mee gewerkt had op school, was het even aanpassen toen er in de practica niet meer over de ‘aspecten van beeld’ maar over de ‘bouwstenen’ werd gesproken. Gelukkig herkende ik dat uit mijn workshop en ben ik me er met plezier verder in gaan verdiepen. 

Ik was dan ook zeer gemotiveerd om het examen af te leggen maar wederom gooiden persoonlijke omstandigheden roet in het eten. Ik heb toen ook beslist om MuzO 3 en 4 verder door te schuiven naar het volgende AJ. MuzO 2 wou ik wel nog afwerken.

Aan het begin  van het semester moesten we ook drie actiepunten formuleren die ons zouden gaan bewegen tot muzische groei.
Dit waren mijn drie actiepunten:
  • Grenzen verleggen in plaats van me te beperken tot wat ik al ken/kan.
  • Mij verdiepen in de domeinen waarbij ik me nog onzeker voel (drama en bewegingsexpressie).
  • Focussen hoe ik op een gestructureerde manier mijn ideeën kan overbrengen op de leerlingen.

Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk practica opnieuw te volgen maar om gezondheidsredenen is dat niet gelukt. Door de ziekenhuisopname en zware revalidatie van mijn zoon was er voor mij ook geen ruimte om de taken en het mondeling examen te voltooien.

Gelukkig kreeg ik dit academiejaar de kans om het hele MuzO-curriculum in één keer te voltooien, dat wil zeggen: MuzO 2 + 3 + 4 + MMS 5. Het was heel even zoeken wat de beste aanpak hiervoor was. Ik heb dan ook beslist om de logica van Zeppelin te volgen en rekening te houden met de muzische cirkel.

Gezien ik tijdens AJ 2014-2015 de leerstof van MuzO 2 én MuzO 3 had doorgenomen, was het gemakkelijker om die logica te blijven behouden in alle taken en muzische lessen (zowel tijdens stage als vervangingen). Gelukkig is MuzO één van mijn favoriete vakken, zowel om te geven als te krijgen zodat het eigenlijk wel klopte om alles meteen te integreren.

Mijn muzische groei is niet zonder hindernissen verlopen. Toch voel ik zelf dat ik een grote vooruitgang heb gemaakt. Vóór deze opleiding was ik creatief maar niet 100% muzisch. Na het doorlopen van dit curriculum heb ik het gevoel dat alles op zijn plaats valt. Ik ben nog niet in elk deeldomein even zelfzeker of getalenteerd, maar dit zal zeker groeien naarmate ik meer ervaringen opdoe. Ik heb in elk geval geleerd om risico’s te durven nemen en andere wegen te bewandelen dan het gekende pad. Daardoor is mijn visie veel ruimer en ben ik zelf veel ‘rijker’ geworden. Ik kijk er naar uit om zelf een klas te hebben die ik kan meenemen op een muzische reis.



vrijdag 10 juni 2016

Mondriaan's Boogie Woogie

Op zoek naar nog wat extra inspiratie voor een taak van MuzO waarbij we voorbeelden binnen een bepaald domein moeten zoeken waarbij we lesideeën kunnen geven binnen (minstens) twee andere domeinen, dacht ik plots aan het schilderij "Broadway Boogie Woogie" van Piet Mondriaan waarbij hij zich heeft laten inspireren door de muziek van die tijd om tot zijn kunstwerk te komen.

Later is hij ook nog aan een opvolger begonnen, maar dat heeft hij jammer genoeg niet kunnen voltooien: "Victory Boogie Woogie"

Mijn eerste idee was om binnen muziek een klanklandschap te creëren bij zijn andere werken óf binnen beeld een ander schilderij te laten maken op andere muziek. Toen ik echter wat verder zocht op internet kwam ik nog leuke ideetjes tegen, zowel binnen drama, media als ICT! Over een grote variatie in mogelijkheden gesproken!

Een heel leuk idee is een stop motion film maken met papieren stroken en vierhoeken dat uiteindelijk een 'schilderij vormt'. Een tof voorbeeld kan je vinden op YouTube:



Ook leuk is het gebruik van 3D animatie. Ik zal alleen goed moeten zoeken naar een webtool of programma om dit te maken! Alle tips zijn welkom ;-)



Ik vond ook een filmpje waarbij het schilderij dient als basis voor een spannende film. Dit kan in een les drama uitgewerkt worden waarbij het decor bestaat uit zwarte lijnen en geschilderde kartonnen dozen, waartussen de kinderen hun eigen verhaal verzinnen.


Eigenlijk is er zoveel te verzinnen rond kunstwerken. Jammer dat er vaak niet verder wordt nagedacht dan het voor-de-hand-liggende! Gelukkig ben ik mij ondertussen meer dan bewust van deze valkuil ;-) Daarom probeer ik dit zo veel mogelijk te ontwijken!

Misschien hebben jullie nu ook de smaak te pakken? :-D



donderdag 9 juni 2016

Ik breng een verhaal (druktechnieken)

Domein:
Beeld (geïntegreerd met lessen WerO)

Onderwerp:
Ik breng een verhaal: drukken van een krant

Techniek:
Druktechnieken:
  • Stempelen
  • Rubberdruk
  • Deegroldruk
  • Sjabloneren
  • Kartondruk

Bouwste(e)n(en)
compositie

Algemeen doel:
De leerlingen creëren per groepje hun eigen krant!

Lesverloop:
Sfeerschepping:
De projectweek waarbinnen deze les valt is 'Ik breng een verhaal'. Er wordt in de lessen godsdienst gewerkt rond 'lichaamstaal', binnen drama rond 'emoties' en in andere lessen wordt er vaak gewerkt met een boek als instap of sfeerschepping. Zo worden er verschillende manieren bekeken waarop met een boodschap kan overbrengen.

Beschouwen:
De LK toont verschillende materialen om mee te stempelen: eerst de gekende materialen zoals vingerstempels, letterstempels, stempelstiften, daarna de andere dingen zoals  vorken, schroeven, wattenstaafjes. De leerlingen benoemen dit en zeggen wat je er normaal mee doet.

LK legt uit dat je met de juiste verf met alles kan stempelen zoals met de gewone stempels. Dat gaan de LLN dan ook zelf  ondervinden!
  • De LLN krijgen elk 2 blaadjes.
  • Ze mogen 4 verschillende voorwerpen/dingen uitzoeken (uit de aangeboden selectie) waar ze mee gaan stempelen.
  • Om kleurvermenging te vermijden (niet leuk voor de volgende) gebruiken de LLN per voorwerp slechts 1 kleur.
  • Op beide blaadjes worden dezelfde ‘stempels’ gebruikt.
  • Verder zijn ze vrij om te experimenteren!

De gemaakte kunstwerken worden bekeken en wat blijkt: meestal zijn beide werken – gemaakt met dezelfde voorwerpen en kleuren – niet hetzelfde.


De bedoeling van deze stap was -behalve het experimenteren met stempelen met niet-gebruikelijke voorwerpen- de link te leggen naar de les over de evolutie van de boekdrukkunst binnen WerO én het belang van een drukplaat. Tijdens de uitwerking in het eerste leerjaar waren er echter twee leerlingen waarbij de werkjes identiek waren op beide vellen. Dit was in eerste instantie niet de bedoeling, maar aan de andere kant was het handig omdat ze konden getuigen dat het een heel tijdrovende bezigheid is om met 'losse voorwerpen' toch een identiek resultaat te krijgen.

Aanzetten tot creëren / Exploreren & experimenteren:
De LK vraagt de LLN om mee rond de demotafel te komen staan. Op de tafel liggen benodigdheden klaar voor verschillende druktechnieken.
De LK demonstreert -met assistentie van enkele LLN- enkele technieken (rubberdruk, deegroldruk, sjabloneren en kartondruk) zodat de LLN voor- en nadelen van de technieken kunnen zien en achteraf kunnen kiezen waar ze zelf mee aan de slag willen gaan.



Creëren:
  • Op voorhand werden groepjes ingedeeld van telkens: een drukker, een eindredacteur en 2 of 3 redacteurs. (dit was reeds ingedeeld n.a.v. de les WerO over 'hoe wordt een krant gemaakt')
  • Samen beslissen ze hoe hun krant er moet komen uit te zien.
  • Samen beslissen ze welke techniek er gebruikt zal worden voor hun krant.
  • De redacteurs bepalen de inhoud.
  • De eindredacteur zorgt er voor dat er geen fouten in staan.
  • De drukker zorgt er voor dat de drukplaat/deegrol/stempels/… in orde zijn.
  • De LLN maken van hun krant 5 dezelfde exemplaren!

Toonmoment & evaluatie:


 De einderedacteurs stellen hun krant voor aan de rest van de klas. Ze beantwoorden bij de voorstelling volgende vragen:
  • wat staat er in je krant?
  • welke techniek heb je gebruikt?
  • waarom heb je voor deze techniek gekozen?
  • wat was leuk/gemakkelijk/moeilijk aan het maken van de krant?
  • hoe werkte de groep samen?

Daarna wordt beslist welke groep de beste krant heeft gebaseerd op:
  • de mate waarin er  5 (zo goed als) identieke exemplaren zijn gemaakt (resultaat)
  • de mate waarin de techniek correct is gebruikt (proces)
  • de samenwerking binnen de groep (proces)
De winnende 'redactie' kreeg een wisselbeker! :-)





dinsdag 7 juni 2016

Evaluatietechniek: Dobbelstenen (eigen idee)

Het thema waarin we dit jaar zelf evaluatietechnieken moesten/mochten bedenken was 'spelen'. En wat is er meer gelinkt aan 'spelen' en 'spelletjes' dan een dobbelsteen? 

Een techniek die je vaak terugziet is de gewone dobbelsteen waarbij elk aantal ogen gelinkt is aan een bepaalde vraag. Ik wou eens iets anders, en heb zelf dobbelstenen gemaakt!

De blauwe dobbelsteen gaat over de beleving van de opdracht. Op iedere kant staat een icoon en een gevoel. De vraag die bij deze dobbelsteen hoort is "Wat vond ik ...?"

  • moeilijk
  • lastig / niet leuk
  • leuk
  • grappig
  • gemakkelijk
  • favoriet

De groene dobbelsteen gaat over het proces. Hier komt ook de koffer - vuilbak - schatkist mee in voor, samen met drie andere afbeeldingen. De bijbehorende vragen zijn:

  • Waar stelde ik mezelf vragen bij? (vraagteken)
  • Wat wil ik zo snel mogelijk vergeten? (vuilbak)
  • Hoe wil ik hiermee verder? (pijlen)
  • Wat heb ik goed gedaan? (check mark)
  • Wat wil ik onthouden/meenemen in de toekomst? (koffer)
  • Wat zal ik koesteren? (hart)


De oranje dobbelsteen gaat over de resultaten, zowel van de anderen als van zichzelf. De kanten bevatten icoontje met volgende betekenissen:

  • groen - duim omhoog = dit vind ik goed aan mijn/ons werk
  • oranje - duim half = dit vind ik wel oké aan mijn/ons werk, maar zou beter kunnen
  • rood - duim naar beneden = hierover ben ik minder tevreden
  • "first prize" = dit vind ik het beste werk (van de anderen), omdat...
  • "100 % original" : dit vind ik het meest originele resultaat, omdat...
  • twee hoofdjes = dit resultaat lijkt het meest op dat van mij/ons óf deze twee resultaten lijken het meest op elkaar.


doel:
beleving, proces en/of resultaat evalueren

doelgroep:
belevingsevaluatie en resultaatevaluatie:  vanaf 1e leerjaar (mits grondige begeleiding)
procesevaluatie: vanaf 2e graad

werkwijze:
naargelang wat je wil evalueren gooien de leerlingen om beurt één, twee of drie dobbelstenen en beantwoorden de bijbehorende vraag.

materiaal:
dobbelstenen

Zin om deze dobbelstenen na te maken? De afbeeldingen vind je hier!